Onze allereerste ervaring met een dienst ruimtelijke ordening is niet bepaald mooi verlopen. Een paar minuten langer en ik was waarschijnlijk tegen de man in kwestie beginnen roepen.
Deze medewerker van de dienst ruimtelijk ordening in Z. had de kunst van de passieve onbeleefdheid al aardig onder de knie, niet gehinderd door enige vakkennis of -fierheid spijt het mij te zeggen.
Toen we binnenkwamen gebaarde hij ons om plaats te nemen op de daarvoor bestemde stoelen en gromde iets ondefiniëerbaars om maar van wal te steken. Tot daar ging het nog goed. Toen we de woorden "ecologisch verantwoord bouwen" en "strobalen en leem" uitspraken zag je letterlijk de man wegdromen naar betere tijden. De tijden van asbest en eternit, van DDT en geen verplichte isolatie. De jaren van "het zal onze tijd wel duren" en "après nous le déluge".
De woorden "vuile hippies" lagen vast op zijn lippen.
Hij probeerde ons nog te paaien met: "Maar zo'n huis kan toch beter aan de rand of in het bos staan niet?" Contact met de natuur, hé, hé, hé, heb je hem. Nee hoor vertelden wij hem, zo'n huis moet het net van de zonnewarmte hebben, dus veel bomen is geen optie. Ah, dan had hij er vast een fout beeld van. "Maar in zo'n woonwijk", probeerde hij nog, "zal het toch vast misstaan", zo in het dorp is daar toch niet de plaats voor". Aha vertelden wij hem, net dat is toch de ecologische gedachte. Dichtbij winkels, scholen en in het geval van Z. dé winkel van ecologische bouwmaterialen in Vlaanderen achter de hoek!
Zie je wel, kraaiden wij ... we denken zelfs aan de lokale middenstand. Er kon zelfs geen lachje af.
Op de site van de gemeente Z. zie je een ander verhaal, subsidies worden toegekend en aanmoedigingspremies gegeven voor fotovoltaïsche zonnepanelen, zonneboilers, groendaken en zoveel meer ... nu nog "de medewerkers" overtuigen. Aan een beleefdheidscursus is ook hoge nood volgens mij.
Héhé, dit lucht even op ;-)